Dimitrie Cuclin (1885-1978)
en het record van de langste symfonie aller tijden
Liefhebbers van grootschalige, lange symfonieën zullen ongetwijfeld al bekend met zijn die van Bruckner en Mahler. Sommige zullen misschien ook nog Havergal Brian kennen. Vanaf Sorabji wordt het moeilijker, maar de recordhouder op dit vlak is helemaal onbekend bij het grote publiek. De twaalfde symfonie van de Roemeense componist Dimitrie Cuclin duurt zes uur. Dat weten we alleen niet 100% zeker, want hij is nog nooit uitgevoerd.
Korte biografie

Dimitrie Cuclin
Dimitrie Cuclin werd op 5 april 1885 geboren in de Roemeense stad Galați. Zijn vader Constantin was muziekonderwijzer en kwam uit de plaats Cucleni. Deze plaats lijkt niet meer te bestaan, maar zou in de buurt van de Oekraïense stad Izmail gelegen hebben. In 1903 wilde Cuclin studeren aan het conservatorium van Boekarest, maar hij was te oud. Wel werd hij aangenomen op de Koninklijke Muziekacademie van Boekarest. Een paar jaar later vertrok hij naar Parijs, waar hij mocht studeren aan de Schola Cantorum van de Franse componist Vincent d'Indy. Gedurende de Eerste Wereldoorlog was hij violist in het orkest van Iași, en in 1919 werd hij docent aan het conservatorium van Boekarest, nota bene het instituut waar hij op zijn 18e werd afgewezen. Hij bleef daar werkzaam tot 1948, maar in de jaren '20 gaf hij les in New York.
In 1946 kwamen in Roemenië de communisten aan de macht, en Cuclin raakte al snel in de problemen. Op een gegeven moment werd hij veroordeeld tot het verrichten van dwangarbeid aan het Donau-Zwartezeekanaal. De reden daarvoor was dat hij een soiree had bijgewoond waar muziek van Bach werd uitgevoerd, en de organisatie van deze bijeenkomst werd als "reactionair" beschouwd. Maar korte tijd na het overlijden van Stalin gingen de communisten in Roemenië een iets andere koers varen en werd Cuclin enigszins "in ere hersteld". Ondanks dat werd hij niet toegelaten als lid van de Roemeense Academie, doordat hij een tegenstander had in Mihai Benuc, een dichter uit de Proletkoeltbeweging (socialistisch realisme). Gaandeweg raakte Cuclin steeds meer in een artistiek isolement en hij overleed in Boekarest op 7 februari 1978. Hij werd 92 jaar.
Muziek (een kleine selectie)
Symfonie nr. 9
Deze symfonie is een interessante, en met de 14e de enige die ook daadwerkelijk als partituur werd gepubliceerd. Met name de opnamegeschiedenis van deze 9e symfonie is merkwaardig. De enige opname van dit stuk is namelijk niet compleet. Aangezien de opname voor een radio-uitzending gemaakt is, vermoed ik dat de zender te weinig tijd had om het volledige werk ten gehore te brengen. Het resultaat hiervan is een opname van net geen 40 minuten, terwijl het hele stuk zeker het dubbele hiervan duurt.
Cuclin heeft de symfonie geschreven in cis-mineur. Om een idee te geven hoe deze toonsoort klinkt: bekende muziekstukken zoals Beethovens 14e pianosonate (Mondschein), Chopins Fantaisie-Impromptu en Liszts 2e Hongaarse Rapsodie zijn in deze toonsoort geschreven. Cuclins 6e t/m 9e symfonieën vormen een "pastorale" cyclus, gebaseerd op Roemeense volkswijsjes. De 9e symfonie is dus de laatste van deze reeks.
Cuclin schreef zijn symfonieën vaak in de volgende structuur: Actie - Reactie - Meditatie - Triomf van de Actie. Dat klinkt in eerste instantie nogal abstract, maar het heeft vooral te maken met het soort thema's dat hij schrijft en ook met het tempo. Zo is het derde deel (de meditatie) vrij langzaam gespeeld (Andante), en de andere drie delen liggen qua tempo juist iets hoger. De "actie" is vaak "Allegro", en de "reactie" vaak "Scherzo."
Symfonie nr. 11
Deze symfonie heeft Cuclin opgedragen aan Wolfgang Amadeus Mozart, en is bovendien de eerste van zijn symfonieën die op LP werd uitgebracht. Dat deed de platenmaatschappij Electrecord in 1967. In de jaren '60 was Roemenië nog een communistisch land, en Electrecord was de enige platenmaatschappij in heel Roemenië. Na deze symfonie brachten ze er nog twee uit: de 16e in 1972 en de 13e in 1984.
De 11e symfonie is in een vrij zeldzame toonsoort geschreven: as-mineur. Dit heeft niet per se te maken met hoe de toonsoort klinkt, maar hoe hij geschreven wordt. Hiervoor moet je namelijk weten dat as-mineur een "enharmonisch gelijke toonsoort" heeft: gis-mineur. Deze twee toonsoorten klinken hetzelfde, maar hebben andere voortekeningen. As-mineur heeft 7 mollen als voortekening, en gis-mineur heeft 5 kruisen. Vaak wordt dan voor het gemak de toonsoort gekozen met de minste voortekens in de partituur. In dit geval is dat gis-mineur, maar waarom koos Cuclin voor as-mineur? Door een gebrek aan academische literatuur is dit moeilijk te zeggen, maar voorlopig is mijn vermoeden dat hij van een specifieke toonladder alle verschillende toonsoorten wilde gebruiken.
Net als de 9e symfonie lijken er ook in deze symfonieën volkswijs-achtige melodieën te zijn verwerkt. Of deze opname een volledige weergave van het werk biedt heb ik niet kunnen achterhalen.
Symfonie nr. 12
Van deze symfonie is geen enkele opname beschikbaar. Ondanks dat hij nooit uitgevoerd is neemt hij wel een bijzondere plaats in Cuclins oeuvre in, evenals in het symfonisch repertoire. Dit zou namelijk - volgens de overlevering - de langste symfonie aller tijden zijn. Het hele stuk zou namelijk maar liefst 6 uur in beslag nemen. De partituur zou ook een omvangrijke zijn: maar liefst 1235 (!) pagina's. Behalve orkest komen er ook koor en solisten voor in het werk. Daarmee is het de derde symfonie van Cuclins hand met deze bezettingen. Hetzelfde schreef hij voor bij de 5e en 10e symfonieën, die beide ook erg lang moeten zijn. Omdat er op dit moment geen toegang lijkt te zijn tot de manuscripten van Cuclin en door een gebrek aan opnamen kunnen we slechts speculeren over de lengte van deze werken. De 5e (616 pagina's) zou rekenkundig 3 uur kunnen duren, en de 10e (880 pagina's), zo'n 4 uur. Lange zitten dus. Deze drie symfonieën vormen samen een trilogie van "oratoria in de vorm van symfonieën". Ik ga er dan ook vanuit dat de gezongen teksten Bijbelteksten zijn, waarschijnlijk uit de Roemeens-Orthodoxe traditie.
Er is alleen wel iets merkwaardigs aan de hand met de twaalfde symfonie. Hij zou dit werk geschreven hebben in 1951, maar sommige bronnen geven aan dat Cuclin in dit jaar dwangarbeid verrichtte aan het Donau-Zwartezeekanaal. Ik vind het moeilijk voor te stellen dat Cuclin in deze omstandigheden een gigantische symfonie zou kunnen schrijven. Misschien heeft hij in deze tijd wel de structuur van het werk ontwikkeld en kon hij na zijn vrijlating het hele werk schrijven? Een andere bron stelt echter dat hij in 1949 een paar maanden dwangarbeid heeft moeten verrichten, dus wellicht was hij eerder vrijgekomen waardoor hij toch deze werken kon schrijven? We weten het simpelweg niet. Ik denk echter niet dat deze symfonie slechts een mythe is (aangezien het aantal pagina's bekend is), dus hopelijk zullen we ooit nog eens dit werk in zijn geheel gaan horen. Want een dergelijk verhaal maakt wel erg nieuwsgierig.
Dit was het tweede deel van de componistenreeks. In het derde deel gaan we naar het Duitsland van de 18e eeuw, en kijken we naar een componist die tegenwoordig vrij onbekend is, maar wel een hele bekende achternaam heeft.
De bronnen die ik gebruikt heb zijn voornamelijk documenten die gepubliceerd zijn in het vakblad van de Roemeense Unie van Componisten. Hierin is met name Google Translate erg nuttig gebleken. Voor de beschrijving van de 9e symfonie heb ik het voorwoord uit de partituur gebruikt. Wikipedia was ook van belang door het grote gebrek aan academische literatuur over Cuclin.
![]() |
| Dimitrie Cuclin |
Symfonie nr. 11
Deze symfonie heeft Cuclin opgedragen aan Wolfgang Amadeus Mozart, en is bovendien de eerste van zijn symfonieën die op LP werd uitgebracht. Dat deed de platenmaatschappij Electrecord in 1967. In de jaren '60 was Roemenië nog een communistisch land, en Electrecord was de enige platenmaatschappij in heel Roemenië. Na deze symfonie brachten ze er nog twee uit: de 16e in 1972 en de 13e in 1984.
De 11e symfonie is in een vrij zeldzame toonsoort geschreven: as-mineur. Dit heeft niet per se te maken met hoe de toonsoort klinkt, maar hoe hij geschreven wordt. Hiervoor moet je namelijk weten dat as-mineur een "enharmonisch gelijke toonsoort" heeft: gis-mineur. Deze twee toonsoorten klinken hetzelfde, maar hebben andere voortekeningen. As-mineur heeft 7 mollen als voortekening, en gis-mineur heeft 5 kruisen. Vaak wordt dan voor het gemak de toonsoort gekozen met de minste voortekens in de partituur. In dit geval is dat gis-mineur, maar waarom koos Cuclin voor as-mineur? Door een gebrek aan academische literatuur is dit moeilijk te zeggen, maar voorlopig is mijn vermoeden dat hij van een specifieke toonladder alle verschillende toonsoorten wilde gebruiken.
Net als de 9e symfonie lijken er ook in deze symfonieën volkswijs-achtige melodieën te zijn verwerkt. Of deze opname een volledige weergave van het werk biedt heb ik niet kunnen achterhalen.